Hersenmist en menopauze
Veel vrouwen hebben tijdens de menopauze last van hersenmist: ze kunnen moeilijk op hun woorden komen, hebben moeite om zich te concentreren of om informatie te onthouden. Gelukkig zijn er behandelingen.
Overal ter wereld komen vrouwen tussen 45 en 55 jaar – gemiddeld rond 51 – in de menopauze. Daaraan gaat vaak een periode vooraf waarin de menstruatie onregelmatig wordt: de perimenopauze of menopauzetransitie. “Bij sommige patiëntes ontstaan de klachten al lang vóór het wegblijven van de menstruatie, bij anderen pas erna, en bij sommigen in beide fasen,” zegt Serge Rozenberg, gynaecoloog in UMC Sint-Pieter. Uit een recent onderzoek van UGent en Securex bij 2.408 vrouwelijke werknemers blijkt dat 87,6% menopauzale klachten had (of heeft gehad), en dat ruim de helft (55,3%) daardoor hinder ondervond op het werk.
Geen depressie!
Een aantal van deze overgangsklachten – opvliegers, vaginale droogte, slapeloosheid – is al geruime tijd bekend. Dat kan niet worden gezegd van brainfog of hersenmist, hoewel minstens 40% van de vrouwen in de menopauze-transitie daar last van heeft. Ze kunnen moeilijk op de juiste woorden komen, zijn vergeetachtig, kampen met concentratiestoornissen en hebben het gevoel dat ze in slow motion functioneren of dat hun hoofd vol watten zit. Hersenmist heeft een grote impact op het dagelijkse leven en het zelfvertrouwen. The International Menopause Society roept vandaag op om deze symptomen, die lange tijd werden verward met een depressie, zeer ernstig te nemen. “Het klopt dat de menopauze vaak optreedt in de periode waarin de kinderen het nest verlaten, bejaarde ouders hulpbehoevend worden... Er kunnen dus ook andere factoren spelen”, benadrukt Serge Rozenberg. Maar de hormonale factoren zijn verre van verwaarloosbaar.
Lees meer | 11 work-outs voor je brein
Oestrogenen en hersenen
“Voor een deel kunnen deze cognitieve problemen rechtstreeks worden gelinkt aan slapeloosheid”, licht Serge Rozenberg toe. “Als je meermaals per nacht wakker wordt omdat je last hebt van opvliegers en nachtelijk zweten, is het normaal dat je overdag meer moeite hebt om je te concentreren en bepaalde taken uit te voeren. Maar veel onderzoek wijst ook in de richting van een rechtstreeks verband tussen het oestrogeentekort en de cognitieve symptomen.” Oestrogenen fungeren namelijk als ‘sleutels’: ze openen bepaalde sloten in de hersenen en laten andere stoffen door die een rol spelen bij denkprocessen. Als de sleutel ontbreekt raakt het complexe systeem verstoord. “Het is dus niet ondenkbaar dat het tekort aan oestrogenen een hele reeks andere wijzigingen in het brein veroorzaakt. Ook vrouwen die vervroegd in de overgang komen, lopen een verhoogd risico op zulke klachten”, stipt de specialist aan.
De patiëntes met de meeste opvliegers zijn ook de vrouwen met de meeste cognitieve problemen.
Het is overigens bewezen dat patiëntes die last hebben van brainfog, een significante verbetering merken wanneer hun oestrogeentekort wordt verholpen. Maar eerst moet die hersenmist als dusdanig worden herkend. “Vrouwen hebben zeer sterk de neiging om de symptomen te bagatelliseren”, aldus Serge Rozenberg. “Wanneer we hun opvliegers met elektronische sensoren registreren en hun naderhand vragen om ze objectief in kaart te brengen, stellen we vast dat ze die stelselmatig onderschatten.” Waarschijnlijk zijn vrouwen er ook voor beducht dat ze, als ze te veel aandacht schenken aan hun symptomen, zichzelf buitenspel zetten op de arbeidsmarkt. Want die houdt nog altijd weinig rekening met deze realiteit, ook al zijn er zeker aanpassingen mogelijk (telewerken, glijdende werktijden ...).
Absenteïsme
“Prestatietests tonen aan dat vrouwen in de menopauze die voor hun klachten niet worden behandeld, vaker afwezig zijn van het werk”, benadrukt Serge Rozenberg. “Vrouwen die geen overgangsklachten hebben of ervoor worden behandeld, presteren evenwel beter dan mannen van dezelfde leeftijd en zelfs beter dan jongere mannen.” Een hormoonbehandeling mag het leven van patiëntes dan al vaak veranderen, om de cognitieve problemen tegen te gaan is ook zelfzorg – vooral lichaamsbeweging – cruciaal. Want de menopauze is niet enkel het einde van een cyclus, “maar ook een kans om je levenskwaliteit te verbeteren” en om … de mist te doen optrekken.
Hormoon-behandelingen: doeltreffend en veilig
Een hormoonbehandeling dient de patiënte opnieuw het oestradiol en het progesteron toe dat ze zelf niet meer aanmaakt. Ongewenste menopauzesymptomen zoals opvliegers, gewrichtsklachten, vaginale droogte, cognitieve problemen alsook het risico op osteoporose verminderen of verdwijnen zelfs. “Of een behandeling al dan niet aangewezen is, moeten we geval per geval beoordelen”, licht Serge Rozenberg toe. “Maar we moeten echt komaf maken met de angst voor zulke behandelingen die vrouwen 20 jaar lang is aangepraat.” Vandaag weten we immers dat de toename van het risico op borstkanker in werkelijkheid zeer klein is vergeleken met de andere risicofactoren (overgewicht, een zittend leven, alcohol ...).
De algemene regel luidt dat de behandeling snel na de menopauze moet worden opgestart. Nadien mag je die zo lang als nodig voortzetten, op voorwaarde dat je toestand om de twee jaar wordt geëvalueerd. Tot slot nog dit: voor vrouwen die om gezondheidsredenen niet in aanmerking komen voor een hormoonbehandeling, zijn er vandaag ook niet-hormonale behandelingen om opvliegers en cognitieve problemen doelgericht te bestrijden.
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier