De chronische variant van hyperventilatie is op het eerste zicht niet schadelijk maar kan zorgen voor blijvende impact. © iStock

Chronische hyperventilatie herkennen

Een acute aanval van hyperventilatie, waarbij je heftig hijgend naar adem snakt, is welgekend bij de meesten. Veel frequenter, maar minder opvallend, is de chronische variant, die vaak lang onder de radar blijft.

Bij chronische hyperventilatie adem je voortdurend net iets te hoog, te snel en te veel, vaak zonder dat je het zelf beseft. Dat kan leiden tot kortademigheid. Die kortademigheid veroorzaakt op haar beurt extra angst en stress, omdat mensen vaak denken dat er een lichamelijke oorzaak is, terwijl er met hart of longen doorgaans niets mis is. Chronische of latente hyperventilatie wordt daarom beschouwd als een stress- en spanningssyndroom.

Wat zijn de symptomen?

Chronische hyperventilatie begint vaak met uiteenlopende klachten, zoals tintelingen in de vingers, een ijl gevoel in het hoofd, concentratiestoornissen, een verstopte neus en een drukkend gevoel op de borst. Wanneer er niets aan gedaan wordt, kunnen de symptomen toenemen en ook gevolgen hebben voor onder meer de darmen, de maag en de luchtwegen.

Vaak besef je niet dat je slechts lucht hapt in plaats van rustig en lager adem te halen.

Beter ademen

Wie chronische hyperventilatie heeft, beseft vaak niet dat hij of zij vooral lucht hapt in plaats van rustig en laag te ademen. Daardoor daalt het koolstofdioxidegehalte in het bloed, wat onder meer een ijl hoofd, concentratiestoornissen en een verstopte neus kan veroorzaken.

Bewuster ademen kan helpen. Zo is het belangrijk om de schoudergordel laag te houden, omdat dat automatisch zorgt voor rustiger ademen, bewegen en praten. Daarnaast adem je best vanuit de buik en zoveel mogelijk via de neus in en uit. Op die manier komt de lucht gezuiverd, verwarmd en met de juiste vochtigheidsgraad in de longen terecht. Adem je vooral via de mond, dan komt de lucht sneller binnen, maar kan ze de luchtwegen ook meer irriteren.

Welke oefeningen kunnen helpen?

Voldoende bewegen in de buitenlucht kan ondersteunend werken. Daarbij kan het helpen om twee stappen in te ademen en vervolgens vier stappen uit te ademen. Geleidelijk aan kan je proberen je ademhaling wat te verlengen. Voor een lichaam in rust geldt ongeveer tien ademhalingen per minuut als een goed ritme. Ook korte pauzes na de uitademing kunnen nuttig zijn. Dat betekent niet dat je je adem inhoudt, maar wel dat je even wacht met opnieuw inademen.

Bij een verstopte neus kan het helpen om het hoofd een tiental seconden achterover te houden en op het einde een paar keer snurkend door de neus in te ademen. Zodra je weer rechtop komt, kunnen de slijmen via de keelholte worden doorgeslikt.

Ook trager praten is zinvol. Wie snel spreekt, ademt meer uit via de mond, waardoor het koolstofdioxidegehalte daalt. Om dezelfde reden is het beter om zuchten en geeuwen zoveel mogelijk te beperken. Dat zijn vaak reflexen, maar na een eerste geeuw kan je een volgende soms tegengaan door de mond gesloten te houden.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise

Commerciƫle boodschap