Interview Peter Van den Begin: ‘Het is heerlijk om je uit te leven als slechterik’
Peter Van den Begin excelleert in personages die afstoten en toch blijven hangen, en schakelt tussendoor moeiteloos over naar comedy, dans en theater. Na decennia op scène en scherm speelt hij in Zondag de Negenste opnieuw een rol die nazindert.
Acteur Peter Van den Begin is dezer dagen alomtegenwoordig. Samen met zijn vrouw, muzikante Tine Reymer, en acteurskoppel Koen De Graeve en Ariane Van Vliet, toert hij door Vlaanderen met de Shakespeare-komedie Midzomernachtsdroom. Tegelijk kan je hem op Streamz bewonderen in maar liefst tien topseries, en op het witte scherm schittert Van den Begin momenteel in twee Vlaamse topfilms: Radioman van Frank Van Passel en het ontroerende drama Zondag de Negenste van Kat Steppe. Zo cassant en brutaal als de personages die hij vaak gestalte geeft, zo zachtmoedig en vriendelijk blijkt de man zelf.
In Zondag de Negenste vertolk je Franz, een gemene man die na jaren afwezigheid opduikt in het leven van zijn dementerende broer. Jullie filmden in een woonzorgcentrum bij bewoners met alzheimer. Hoe was het om in zo’n ‘echte’ omgeving te werken?
Behoorlijk spannend. We hadden vooraf twee dagen een test in het woonzorgcentrum gedaan, om te checken hoe die wisselwerking zou lopen. Kat, de regisseur, had daar zelfs geruime tijd verbleven om contact te leggen met zowel bewoners als personeel. Alles is met heel veel liefde voorbereid, maar dat neemt niet weg dat het toch bijzonder blijft om daar enkele weken te filmen. Ik hou er wel van om op zo’n authentieke plek te werken. Iedereen heeft ons ook omarmd en welkom laten voelen. Ik merkte dat ze allemaal mee waren met het verhaal dat wij wilden brengen.

Verkleed als travestiet Debby (Peter Van den Begin) samen met Nancy (Stany Crets)
Doordat de bewoners als een soort figuranten meespelen in het verhaal was er ruimte voor improvisatie?
Er is behoorlijk veel geïmproviseerd. De dialogen tussen de acteurs lagen wel vast, maar de grote uitdaging bestond erin om dat realistisch te laten samenvloeien met onze contacten met de bewoners. Zij deden gewoon hun eigen ding en wij probeerden daarop in te spelen, wat vaak pakkende momenten heeft opgeleverd. Doordat Franz, mijn personage, nogal boertig en brutaal was, vond ik het niet vanzelfsprekend om me op die manier tussen kwetsbare bewoners te bewegen en toch in mijn rol te blijven. Want ik wilde natuurlijk alleen maar lief zijn tegen die mensen en hen allerminst choqueren. Doordat mijn mama zelf enkele jaren in een woonzorgcentrum heeft doorgebracht, kende ik wel een beetje de sfeer die op zo’n plek hangt. Een van de mooiste momenten vind ik de scène waarin ik naast een oudere dame in de zetel zit te wachten. Onze handen liggen naast elkaar op de leuning. Plots begint zij spontaan, heel lief en innig mijn hand te strelen.
Je geeft hier opnieuw gestalte aan een akelig type, maar slaagt er toch in om hem ook van een sympathiek randje te voorzien. Hoe pak je dat aan?
Dat was in dit geval niet gemakkelijk, omdat het hier gaat om een man die zijn demente broer niet met de beste bedoelingen opzoekt. Ik tracht dat ‘schofterige’ wat tegenwicht te geven met humor en door kwetsbaarheid te tonen. Als acteur is het een zoektocht, scène per scène, om te kiezen wat je wel en niet prijsgeeft van je personage.

Jij wordt vaak gecast in de rol van bad guy. Dat leverde iconische personages op, zoals de grofgebekte Ray Van Mechelen in Matroesjka’s.
Ik hou er wel van om dat soort types te spelen, en ze meer diepgang te geven. Zelfs van de meest onaangename of criminele personages probeer ik een andere kant te laten zien. Via zo’n ergerlijk figuur kan je kijkers echt meeslepen in het verhaal, en ze op het verkeerde been zetten. En het is ook gewoon heerlijk om je uit te leven als slechterik. Ik klaag zeker niet als ze daarvoor bij mij aankloppen. Personages waar een hoek af is, trekken mij sowieso het meest aan, maar ik speel ook wel beminnelijke types.
‘Mensen observeren om iets van hun gedrag of manier van spreken op te pikken, is een tweede natuur geworden’
Inderdaad, zoals Ed Bex in de bekroonde en originele reeks Dood Spoor. Daarnaast beweeg je je moeiteloos tussen film, televisie, theater, dans en muziekvoorstellingen. Kies je bewust voor die afwisseling?
Die veelzijdigheid maakt en houdt mijn job zo boeiend. Bij het aannemen van een rol volg ik grotendeels mijn intuïtie en mijn buikgevoel. Ik heb het geluk dat ik al heel wat geweldige voorstellen heb gekregen. Wat ook helpt, is dat ik mijn dromen nu hardop durf uit te spreken. Zo was ik al lang fan van de straffe documentaires van Kat Steppe. ‘Als zij ooit een fictiefilm maakt, wil ik daar heel graag bij zijn’, zei ik ooit tegen mijn vrouw. En kijk, enkele jaren later, is die wens uitgekomen.
Waar vind je de inspiratie om zo’n uiteenlopende figuren neer te zetten?
Bij het lezen van het script, gesprekken met de regisseur en het passen van de kleding, groeit er stilaan een personage in mijn hoofd. Het observeren van mensen rondom mij, om te kijken wat ik uit hun gedrag of manier van spreken kan gebruiken, is een tweede natuur geworden. Dat doe ik al sinds mijn jeugdjaren. Mijn ouders hadden een bloemenwinkel, maar mijn vader was daarnaast actief als acteur en regisseur bij semi-amateurgezelschappen en bij het revuetheater Oud België in Antwerpen. Van kleins af nam hij mij mee naar repetities en voorstellingen, waar ik in de coulissen mocht ronddwalen en de meest uiteenlopende mensen kon gadeslaan. Als kind vond ik dat een magische wereld. Ik heb in mijn jeugdjaren nooit moeten nadenken over wat ik later wilde worden. Sinds mijn vijfde wist ik: ik wil later op een podium staan.
‘Door de burn-out van Tine viel ons leven letterlijk en figuurlijk stil’
Met je vrouw en dochters herneem je binnenkort A Family Affair, een autobiografisch concert over hoe de burn-out van Tine jullie gezin grondig door elkaar heeft geschud. Hoe is het om als familie zo’n voorstelling te dragen?
Heel bijzonder! Ik was nog nooit zo zenuwachtig als voor die première, maar de voldoening was ook enorm groot. Het is begonnen als een soort experiment, toen Tine na haar zware burn-out opnieuw zin kreeg om muziek te spelen. Charlie, onze oudste dochter, stelde toen voor om samen met haar te repeteren. Dat voelde zo fijn dat we dat hebben voortgezet. Die voorstelling, met allemaal nummers die door Tine zijn geschreven, is gaandeweg gegroeid en heeft ons geholpen om dit als gezin te verwerken. Via de songs van Tine brengen we in feite ons verhaal. Dat gebeurt met heel veel humor. Het is zeker geen triestige bedoening. De nummers gaan over universele thema’s zoals afscheid nemen en verbondenheid. De vele warme reacties achteraf maken duidelijk dat we hiermee een gevoelige snaar raken.
Wat maakte jou hiervoor zo nerveus?
Ik waag me met deze voorstelling heel ver buiten mijn comfortzone. Ik toon me niet alleen heel kwetsbaar, maar sta voor het eerst ook samen met mijn gezin op het podium rond iets ingrijpends dat ons is overkomen. Bovendien speel ik mee als drummer, terwijl ik helemaal geen muzikant ben. Door veel te repeteren, probeer ik dat op te vangen, maar elke kleine fout voel ik wel. Dat is tegelijk ook deel van de charme.
Je dochter Charlie omschreef het als een soort viering van hoe jullie na een turbulente periode weer zijn rechtgekrabbeld als gezin.
Die omschrijving klopt. We zijn er als gezin en als koppel uiteindelijk sterker uitgekomen. Ook de band met de meisjes, toen tieners, is hierdoor nog hechter geworden. Eind 2019, net na de lancering van haar nieuwe plaat, is Tine er fysiek en mentaal onderdoor gegaan. Als partner was het heel confronterend om vanop de zijlijn toe te kijken. Ik voelde me hulpeloos en machteloos. Tine zat heel diep. Zelfs lezen lukte haar niet meer en ze kon geen enkele prikkel verdragen. Geen geluid, geen licht. In huis droeg ze een zonnebril. Haar leven en het onze viel letterlijk en figuurlijk stil. Mijn werk heb ik toen bewust teruggeschroefd om voor Tine en de meisjes te zorgen. Die burn-out viel min of meer samen met de eerste lockdown. Daardoor zaten wij al enkele weken in onze bubbel, toen de rest van de wereld volgde. Na heel wat zoeken zijn we bij de juiste mensen terechtgekomen, die ons stap voor stap hebben geholpen om uit die put te kruipen. Ik ben er heel trots op dat we daarin geslaagd zijn zonder elkaar te verliezen, want ik besef dat het ook heel anders had kunnen aflopen. Op dit moment staan Tine en ik ook weer samen op de planken met Midzomernachtsdroom en dat loopt prima. Maar het blijft een uitdaging om haar grenzen goed te bewaken en de juiste balans te vinden.

Je dochters zijn intussen ook een artistieke richting ingeslagen?
Charlie, de oudste, studeert drama aan het RITCS en Thelma volgt beeldende kunsten aan St-Lucas en is vooral bezig met schilderen en tekenen. Net zoals mijn ouders mij altijd aangemoedigd hebben om die weg te bewandelen, doen Tine en ik dat nu met hen. Het is nog steeds geen makkelijke keuze, maar ze moeten doen wat hen gelukkig maakt.
Je zei eens dat je nooit met pensioen wil gaan.
Spelen is mijn reden van bestaan. Het is mijn passie en mijn roeping. Acteren doe ik nog steeds ongelofelijk graag. Ik haal er mijn vitamines uit, mijn energie, plezier, opwinding en erkenning. Ik hou van die volle agenda met afwisselende projecten die elkaar opvolgen, om telkens nieuwe verhalen te brengen met andere mensen. Soms waren er ook periodes van twijfel of er wel nieuw werk zou komen, maar tot nu toe rolden er telkens nieuwe avonturen uit de bus. Zolang mijn lijf en mijn geheugen het toelaten, doe ik verder.
Als toeschouwer sta je er zelden bij stil, maar acteurs moeten over een bijzonder goed geheugen beschikken. Volgend jaar plan jij zelfs een lange monoloog rond De Draaischijf van Tom Lanoye?
Toen ik dat boek voor het eerst las, wist ik na enkele bladzijden al dat ik ermee aan de slag wilde. Het speelt zich af in het Antwerpse theatermilieu: de biotoop waarin ik ben opgegroeid. Dit is een project dat ik zelf in gang heb gestoken en waaraan ik nu volop meeschrijf. Het belooft heel spannend te worden. Ik kijk er al naar uit.
Levensloop
1964: geboren in Berchem
1982: studeert drama aan Studio Herman Teirlinck
1988: acteert bij De Blauwe Maandag Compagnie in o.a. De Meeuw en Wilde Lea
1993-1998: speelt in films en series zoals Moeder, waarom leven wij, Ons geluk, Windkracht 10 en Dief!
1998: De Raf en Ronny show met Stany Crets
2001: Debby en Nancy Laid Knight met Stany Crets
2005: Ray Van Mechelen in Matroesjka’s
2010: hoofdrol in Frits en Freddy en Frits en Franky
2017: speelt mee in series zoals Dode Hoek, Tabula Rasa
2018: wint Magritte du Cinéma voor zijn hoofdrol in King of the Belgians
2021-2023: televisieserie Fair Trade, musical Red Star Line
2025: Dood Spoor, presenteert Dancing with the Stars samen met Jonas Van Geel
Privé: gehuwd met Tine Reymer, vader van Charlie en Thelma
Vragen over dementie? Of simpelweg nood aan een luisterend oor? Je kan terecht bij de Dementielijn van Alzheimer Liga Vlaanderen op het gratis nummer 0800 15 225.
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier