Ons lichaam is een systeem dat we in balans moeten houden dankzij inname van de juiste voeding. © Getty Images

Glykemische index, nieuwe ster in dieetland?

Volgens de glykemische index houdt diëten in dat je etenswaren kiest die de bloedsuikerspiegel niet te veel doen stijgen. Maar wat is het nut van dit dieet, dat soms tegen je intuïtie indruist?

In welke mate kan een voedingsmiddel je bloedsuikergehalte doen stijgen? Bedoeling is om de voorkeur te geven aan etenswaren die de bloedglucosespiegel – d.i. het suikergehalte in het bloed – matig en traag doen stijgen en zo al te forse schommelingen te vermijden.

Zo’n dieet geeft je met minder trek in tussendoortjes (waardoor je gewicht stabiel blijft of daalt), een betere gezondheid, meer energie en zelfs een daling van het risico op hart- en vaatziekten of diabetes type II.

De benzine van ons lichaam

Maar hoe werkt zo’n dieet? In feite draait alles om glucose, de favoriete brandstof van het lichaam. Glucose is de meest efficiënte manier om via je bloedvaten energie naar je cellen te brengen, zodat je spieren, organen en hersenen goed blijven werken.

Je kan glucose echt vergelijken met de benzine die een motor nodig heeft om te draaien.

Naargelang de behoeften wordt glucose in de vorm van glycogeen gestockeerd in de lever (en in mindere mate in de spieren) of aangemaakt in het bloed. “Je kan glucose echt vergelijken met de benzine die een motor nodig heeft om te draaien”, verduidelijkt prof. dr. Laurent Crenier, specialist in de endocrino-diabetologie, kliniekhoofd diabetologie in het Erasmusziekenhuis en voorzitter van de Franstalige Belgische diabetesvereniging.

“Ons lichaam verbruikt permanent glucose, zelfs in rust. Maar het heeft er niet te veel en niet te weinig van nodig. Om het lichaam goed te laten functioneren, moet het bloedsuikergehalte vrij stabiel blijven.” Voor die stabiliteit zorgt het hormoon insuline. “Na een maaltijd met koolhydraten stijgt de bloedsuikerspiegel. Als reactie daarop komt er insuline vrij en die laat het lichaam weten dat het nu glucose moet opslaan in plaats van er aan te maken. Bij een laag insulinegehalte zal de lever daarentegen glucose vrijgeven of aanmaken. En indien nodig zijn ook de spieren in staat om glucose af te geven”, aldus prof. dr. Crenier.

Soms gebeurt het echter dat het lichaam ongevoelig wordt voor insuline of geen (of onvoldoende) insuline aanmaakt. De hyperglykemie, een te hoog bloedsuikergehalte, stijgt dan pijlsnel; bedraagt die constant meer dan 126 mg/l, dan is er sprake van diabetes.

Zoet, maar met een lage GI

Normaal gezien gaat de bloedsuikerspiegel omhoog na het eten van koolhydraathoudende producten. Althans tijdelijk, tot de insuline haar werk doet. “Sommige etenswaren doen het gehalte aan glucose in het bloed snel klimmen, andere veel minder”, benadrukt Serge Pieters, docent dieetleer aan de Haute Ecole Léonard de Vinci.

Die variabele, dat is de glykemische index (GI). Etenswaren kunnen in drie categorieën worden ingedeeld, naargelang ze een hoge, matige of lage GI hebben (zie tabel). Hoe hoger de GI, hoe sneller het product de bloedsuikerspiegel de hoogte in zal jagen. Bij een GI-dieet komt het erop aan voeding met een lage of matige GI te eten en zo pieken in de bloedsuikerspiegel zoveel mogelijk uit te vlakken. Niet altijd makkelijk, want de indeling van etenswaren naar GI gaat soms tegen de intuïtie in. Koolhydraten die het grote publiek als ‘snelle suikers’ bestempelt, kunnen heel goed een lage of matige GI hebben, in tegenstelling tot sommige ‘trage suikers’ of groenten bijvoorbeeld.

Tabel glycemische index
De index geeft de waarde mee van voedingsmiddelen. © Internationale tabel van de glycemische index en waarden, 2002

“Zo krijgt chocolade een lage GI toegekend”, stipt Serge Pieters aan. “Zelfs chocolade met 50% cacao en tjokvol suiker. In chocolade zit namelijk ook vet en dat vertraagt de stijging van de bloedsuikerspiegel fors. De suiker waarmee je je koffie zoet? Matige GI. Een voedingsmiddel met een lage of matige GI is niet per definitie gezond en dus kan een GI-dieet volkomen onevenwichtig zijn.

Overigens kunnen ook de bereidingstechniek en of een product rauw is of gekookt werd, de GI van een voedingsmiddel beïnvloeden. Een gekookte en met een vork geplette aardappel heeft bijvoorbeeld een hogere GI dan… frietjes. “Kortom: de GI is geen maatstaf voor een evenwichtig voedingspatroon, op zich is hij niet voldoende.”

Zelfs wanneer je voedsel eet met een hoge GI, blijft je bloedsuikerspiegel binnen waarden die je lichaam perfect aankan.

En er is meer… De theoretische waarde van de glykemische index is in het dagelijkse leven niet altijd relevant. In de praktijk eet je geen pasta zonder saus, geen zetmeelhoudende producten zonder vlees of groenten, geen frietjes zonder mayonaise…” Voor het lichaam is het uiteindelijk de GI van de hele spijsbrok die telt. Voeding met een hoge GI – aardappelen bijvoorbeeld – zullen de bloedsuikerspiegel niet pijlsnel de hoogte in jagen wanneer je ze combineert met andere etenswaren die weinig koolhydraten of veel vet bevatten, zoals sla en gebraden kip.

Nooit meer trek tussendoor?

Dan maar doen waar je zin in hebt? Ho maar! Het klopt dat je lichaam overweg kan met een hoge bloedsuikerspiegel na de maaltijd en dat het in staat is om onze glucosewaarden weer normaal te krijgen. Niettemin vond biochemica Jessie Inchauspé, op Instagram bekend onder de naam @glucoseGoddess, diverse studies die laten uitschijnen dat herhaalde pieken in de bloedsuikerspiegel schadelijk kunnen zijn: toename van oxidatieve stress en van menopauzeklachten, verminderde immuniteit, een slechtere slaapkwaliteit, versnelde veroudering… Studies die je vaak met een korrel zout moet nemen, want het is zeer moeilijk om betrouwbaar onderzoek te verrichten rond voeding en al zeker rond dit onderwerp, gezien de talrijke mogelijke afwijkingen.

“Glucoserijke voeding kan inderdaad reactieve hypoglycemie uitlokken”, erkent Serge Pieters. “Wanneer de bloedsuikerspiegel stijgt, maakt je lichaam altijd wat méér insuline vrij dan het nodig heeft. Daardoor kan de glykemie zakken tot onder de normale waarden, wat aanleiding geeft tot beven, koude rillingen… Als dat gebeurt, voel je je niet lekker en ben je geneigd opnieuw naar zoetigheid te grijpen. Dat is typisch wat je overkomt na een zoet ontbijt (bv. ontbijtgranen, die een zeer hoge GI hebben): om een uur of tien heb je dan alweer trek.”

Kortom, misschien doe je er goed aan niet alle voorschriften van de GI-diëten weg te wuiven en kan het nuttig zijn om de curve van je bloedsuikerspiegel wat af te vlakken. Maar in plaats van je glucosewaarden nauwgezet te monitoren en aan de slag te gaan met GI-tabellen, houd je het beter bij enkele grote principes.

Lees er alles over in het Plus-artikel ‘De basisprincipes van het GI-dieet

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise

Commerciële boodschap