© ISTOCK

Artrose is een meervoud

Zeg niet langer artrose, maar artroses. Taalkundig niet correct, maar wetenschappelijk wel. Want de medische wetenschap onderscheidt vandaag drie vormen van artrose. Een opdeling die zowel voor het onderzoek als voor de behandeling van cruciaal belang is.

Niets zo binaal als last hebben van artrose. Wereldwijd lijden ruim 9% van de mannen en 18% van de ouder dan 60 aan deze degeneratieve gewrichtsaandoening, die de knieën, de heup, de handen en de wervelkolom aantast. Maar ook jongeren en atleten zijn risicogroepen. Al tien jaar zijn onderzoekers het erover eens dat er diverse vormen van artrose bestaan: ouderdomsartrose, mechanische posttraumatische artrose en metabole artrose.

Posttraumatische artrose

“Vanaf 45 jaar neemt de prevalentie van artrose exponentieel toe. Ben je dan oud als je 45 bent? Een niet onbelangrijke vraag, vooral omdat er steeds vaker van mensen wordt verwacht dat ze langer presteren. Uit Franse gegevens blijkt alvast dat onze zuiderburen 480.000 artrosepatiënten tellen jonger dan 45”, verduidelijkt professor Yves Henrotin, directeur van de Bone and Cartilage Research Unit van de universiteit van Luik. We weten vandaag dat artrose bij ‘jonge’ mensen meestal secundaire artrose is, het gevolg van een gewrichtstrauma. Voetballers zijn daar een typisch voorbeeld van. “Een jonge speler met een letsel aan de ligamenten krijgt af te rekenen met diverse problemen, zoals instabiliteit en zwelling, die de spieren belemmeren. Maar door een week met een gezwollen knie rond te lopen, zal ook de spierfunctie van de quadriceps – een spier die beschermt bij het stappen – met de helft afnemen. Stuur je zo’n jonge speler opnieuw het veld op zonder eerst zijn spieren te versterken en zijn gewricht te stabiliseren, dan zal hij nieuwe en veel ernstigere letsels oplopen, die op termijn tot artrose kunnen leiden”, licht de specialist toe. “Door een adequate revalidatie, die tot het einde wordt volgehouden, kan je dergelijke posttraumatische artrose – die doorgaans zo’n 20 jaar na het oorspronkelijke letsel de kop opsteekt – grotendeels vermijden”, beklemtoont Yves Henrotin. Een advies dat niet alleen geldt voor jonge sporters, maar ook voor wie bijvoorbeeld een letsel oploopt bij een val of ongeval. “Een adequate aanpak op het moment van het letsel is des te belangrijker omdat de andere risicofactoren voor artrose – ouderdom, overgewicht... – met de jaren alleen maar toenemen.”

Metabole artrose

Een andere vorm is metabole artrose. “Artrose is een aandoening die ook rechtstreeks verband houdt met andere aandoeningen die bij mensen op leeftijd vaak samen opduiken”, legt professor Henrotin uit. Hoe meer artrose je hebt, hoe groter je kans op metabool syndroom – buikvet, hoge bloeddruk, te veel triglyceriden en cholesterol, een te hoge bloedsuikerspiegel -, maar ook op hart- en vaatziekten. “Artrose is op zich een risicofactor voor cardiovasculaire aandoeningen, niet alleen omdat mobiliteitsverlies tot een zittend bestaan en verminderde fysieke prestaties leidt, maar ook omdat gewrichten die door artrose zijn aangetast een hele reeks ontstekingsmediatoren en stoffen vrijgeven die het immuunsysteem kunnen activeren en zo bijdragen tot een sluimerende, graduele ontsteking waarmee mensen die ouder worden te kampen krijgen. Artrose aanpakken betekent dus ook dat je de andere aandoeningen die ermee gepaard gaan behandelt”, aldus Yves Henrotin. Logisch dat de professor pleit voor een multidisciplinaire aanpak.

Want de redenering gaat ook op in de andere richting: lijd je aan metabool syndroom, dan loop je ook meer risico op symptomatische artrose, die bovendien almaar erger dreigt te worden. Het goede nieuws? Door de factoren aan te pakken die tot metabool syndroom leiden, kunnen ook de pijnsymptomen verbeteren. “Diabetes correct behandelen is belangrijk om glycatie of versuikering (n.v.d.r.: een chemische reactie die het gevolg is van suikers die zich aan eiwitten hechten) van het kraakbeen te voorkomen wat voor brozer weefsel zorgt dat sneller slijt. We moeten ook de strijd aanbinden met buikvet, en vooral dan orgaanvet, dat zeer sterk de ontsteking bevordert en de symptomen van artrose verergert”, licht de specialist toe. Hier blijft lichaamsbeweging dé sleutel tot succes. “Patiënten met chronische pijn ontwikkelen namelijk vermijdingsgedrag: omdat het om mechanische pijn gaat, die optreedt als ze bewegen, gaan ze op die pijn anticiperen door almaar minder te bewegen.” Geleidelijk opnieuw een aangepaste sport beoefenen, waar je ook plezier aan beleeft, helpt je die psychologische kaap te ronden. “Tai chi, stretching, yoga, nordic walking zijn absolute aanraders.”

Elke vorm een andere aanpak

Nu een onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende vormen van artrose, is ook de behandeling met geneesmiddelen erop vooruit gegaan. Zo krijgen artrosepatiënten met hypertensie of diabetes vandaag geen orale ontstekingsremmers meer, terwijl die lange tijd aan alle artrosepatiënten werden voorgeschreven. “Deze geneesmiddelen zorgen voor ernstige bijwerkingen bij mensen met aandoeningen zoals diabetes en dus wordt nu de voorkeur gegeven aan plaatselijke ontstekingsremmers.” Het onderscheid tussen de diverse vormen van artrose, zal ook het stellen van de diagnose een stap vooruit helpen. Die is momenteel hoofdzakelijk gebaseerd op klinisch en radiografisch onderzoek. Door de verschillende vormen van artrose te koppelen aan specifieke biomerkers, die kunnen worden opgespoord via bloedonderzoek, hopen de onderzoekers artrose in de toekomst in een vroeger stadium te kunnen opsporen en gerichter te behandelen.

Hou ze in het oog!

Body Mass Index

Het staat vast dat er een rechtstreeks verband is tussen de BMI en artrosesymptomen aan knieën en vingers. “Je BMI met twee of drie punten doen dalen is even doeltreffend als niet-steroïdale ontstekingsremmers nemen”, legt professor Yves Henrotin uit.

Om je BMI te berekenen, deel je je gewicht (in kg) door het kwadraat van je lengte (in meter). Weeg je 65 kg en ben je 1,70 m, dan ziet de berekening er als volgt uit: 65 : (1,7 x 1,7) = 22,49. Een BMI tussen 18,5 en 25 betekent dat je gewicht normaal is. Onder 18,5 ben je mager, boven 25 heb je overgewicht en boven 30 lijd je volgens de Wereldgezondheidsorganisatie aan obesitas.

Tailleomvang

“Bij artrosepatiënten moeten we ook aandacht hebben voor de verhouding spiermassa/vetmassa. We weten namelijk dat vet – en dan vooral buikvet – een rol speelt bij de progressie van de ziekte. Vet zet namelijk adipokines vrij, mediatoren die rechtstreeks betrokken zijn bij de toename van de ontstekingsreactie.”

Om je tailleomvang te controleren, breng je een lintmeter aan ongeveer twee cm boven je navel, daar waar je bovenlichaam het smalst is als je rechtop staat. Je tailleomvang moet minder dan 88 cm bedragen als je een vrouw bent en minder dan 102 cm als je een man bent.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content