© Getty Images

Klopt je hart te traag of te snel?

Een hart dat volgens een te traag ritme bonst, vormt na voorkamerfibrillatie de voornaamste geleidingsstoornis bij 50-plussers.

Op latere leeftijd kan het hartritme plots vertragen (bradycardie) doordat sommige structuren die deze elektrische geleiding moeten ondersteunen het laten afweten. Meestal is er sprake van wanneer er minder dan 60 hartslagen per minuut worden opgetekend. Dat is te traag om voldoende zuurstofrijk bloed rond te pompen om het lichaam vlot te laten functioneren. “Dat geeft natuurlijk een gevoel van uitputting maar ook kortademigheid, duizeligheid, en zelfs flauwvallen”, vertelt hartspecialist prof. Carlo de Asmundis (diensthoofd Heart Rhythm Management Centre van het UZ Brussel).

Nieuwe pacemakers

Hartziekten, erfelijke aanleg, een traag werkende schildklier en leeftijd kunnen dit fenomeen veroorzaken. “Ook heel wat medicatie geeft een trager ritme als ongewenste bijwerking.” Als het vertraagde ritme niet via een van de oorzaken kan verholpen worden, komt er meestal een pacemaker aan te pas. Zo’n pacemaker is een grote batterij uitgerust met twee kabels, die twee functies combineert. Via sensoren detecteert de pacemaker het natuurlijke hartritme en controleert of dit voldoende hoog is. De pacemaker voelt zo zelf aan wanneer hij in actie moet komen en het hart moet stimuleren om het tempo te verhogen door elektrische pulsen af te geven.

“De nieuwe generatie toestellen heeft voor een revolutie qua efficiëntie en comfort gezorgd. Die bestaan nu uit kleine capsules ter grootte van een 2 euromunt die rechtstreeks in het hart worden geplaatst, zonder dat er nog geleidingskabels aan te pas komen. Ze bevatten ook al een kleine batterij met een levensduur van 10 jaar. Die worden minimaal invasief ingeplant via de lies met een katheter waarna je snel weer op de been bent. Bij de vroegere modellen werd de batterij vaak ter hoogte van het sleutelbeen ingeplant wat bij ouderen de armbewegingen soms bemoeilijkte of aanleiding kon geven tot frozen shoulder.”

Is er sprake van kamerritmestoornissen, de gevaarlijke vorm die kan leiden tot hartstilstand en plotse dood, dan wordt een hartdefibrillator ingeplant, een toestel dat pacemaker en defibrillator combineert. Dat controleert en regelt zowel het hartritme en kan een elektrisch stroomstootje geven om hartstilstand te voorkomen. “Afhankelijk van de oorzaak van de kamerfibrillatie worden patiënten behandeld via ablatie, een stent of bypassoperatie en medicatie. Zij worden sowieso van heel nabij opgevolgd.”

Te snel

Een regelmatig maar veel te hoog ritme in rust komt vooral voor jongere vrouwen. Dit raakt alle lichaamsfuncties. Zowel slapen als normaal bewegen worden na verloop van tijd erg moeilijk omdat alle energie wegvloeit door die continue hoge hartslag. Tot nu toe werd dat behandeld via een pacemakerimplant wat natuurlijk niet evident is bij jongere mensen. Om de zoveel jaar is een nieuwe ingreep nodig om de batterij te vervangen.

Door een nieuwe hybride procedure die in UZ Brussel werd ontwikkeld kan dit beter verholpen worden. Daarbij worden via een kijk- en katheteroperatie zowel de zenuw rond de sinusknoop als de ritmestoornis gemoduleerd. Dat levert erg goede resultaten op die momenteel verder worden gezocht via een internationaal onderzoek in geselecteerde hartcentra in de VS en Europa. Daardoor kunnen patiënten blijvend verlost raken van hun hoge hartritme zonder dat er een pacemaker nodig is.

In het oktobernummer van Plus Magazine (verschijnt op 21 september 2023) kan je een uitgebreid artikel lezen over hartritmestoonissen en voorkamerfibrillatie in het bijzonder.

Wist je dat?

Elk hart dagelijks gemiddeld zo’n 300 overslagen maakt zonder dat dit een probleem vormt? Dat gebeurt onder meer wanneer je abrupt rechtstaat of opschrikt. Meestal zijn we ons daar niet van bewust maar bij mensen met langdurige ritmestoornissen blijft dat geluid van die overslag wel op de voorgrond en versterkt het zo de ongerustheid.

Hartritme is alles

Het hartritme is niet 1 cijfer maar de capaciteit van het hart om zich in geen tijd aan te passen aan situaties. Bij diepe slaap moet dat kunnen dalen tot 40 slagen per minuut terwijl het bij het opstaan moet oplopen naar 70, bij inspanningen of ongerustheid tot 100 of meer. Dat is de hartritmevariabiliteit. Bij ritmestoornissen slaagt het hart er niet meer in om zich aan te passen aan wat zich afspeelt in je dagelijks leven.

Partner Content