Vrouwen zijn geen 'minimannetjes', en wat werkt bij het ene geslacht, werkt niet automatisch bij het andere. © iStock

Verschillen in de geneeskunde tussen mannen en vrouwen

Mannen en vrouwen beleven eenzelfde aandoening vaak anders. Ze vertonen uiteenlopende symptomen of klachten, reageren anders op medicatie en lopen een verschillend risico. Meer aandacht voor die man/vrouw-verschillen zou iedereen ten goede komen.

Ook in België groeit de aandacht voor sekseverschillen in ziekte. Prof. Guy T’Sjoen van het UZ Gent noemt dat een goede evolutie: lang werd vooral op mannelijke patiënten onderzoek gedaan en werden vrouwen ‘langs de mannelijke meetlat’ gelegd, met gemiste diagnoses en soms verkeerde behandelingen tot gevolg.

Volgens T’Sjoen speelde mee dat artsen vroeger vooral mannen waren en dat medicatie vaak bijna alleen op mannen werd getest, onder meer uit angst voor een onverwachte zwangerschap en door hormonale schommelingen bij vrouwen. Daardoor weten we minder over medicijneffecten bij vrouwen. Tegelijk worden ook mannen soms gemist bij ‘vrouwelijke’ aandoeningen zoals osteoporose, borstkanker of depressie.

De klachten bij een hartinfarct lijken bij vrouwen minder ernstig, waardoor het probleem vaak te laat wordt opgemerkt.

Ongelijke symptomen bij hart-en vaatziekten

Het meest bekende domein waar de sekseverschillen er echt toe doen zijn de hart- en vaataandoeningen. Heel wat hartziekten treffen vrouwen anders dan mannen. Cardioloog Nathalie Meyten van het Hartcentrum ZNA Middelheim: “Nog altijd worden veel hartinfarcten bij vrouwen te laat opgemerkt. Het fysiologische fenomeen, waarbij het kransvat wordt geblokkeerd en de hartspier geen zuurstof meer krijgt, is bij beiden identiek, maar er zijn verschillen in de manier waarop zich dat uit.”

Tekenen bij mannen:

  • drukkende pijn op de borst
  • pijn in de kaken en linkerarm
  • sterk zweten

Tekenen bij vrouwen:

  • vage pijn op de borst
  • misselijkheid
  • vermoeidheid
  • kortademigheid en opvliegers

Maar doordat die symptomen veel minder gekend zijn en wat minder ernstig lijken, denken vrouwen vaak zelf niet aan een infarct, maar wijten ze hun klachten aan stress of de menopauze. Met een laattijdige diagnose en behandeling tot gevolg en een hogere mortaliteit bij vrouwen.

Andere of geen behandeling

Ook de manier van meten en behandelen blijkt vaak nog nadelig om vrouwelijke hartproblemen te detecteren. Vrouwen met klachten zoals kortademigheid of pijn op de borstkas vertonen vaak geen vernauwingen van de grote slagaders, waardoor ze soms als aanstellers worden weggezet. Maar doordat vrouwen kleinere en brozere bloedvaten hebben, situeren de vernauwingen zich meer op microniveau, waardoor ze veel moeilijker zijn op te sporen en te behandelen. Vaak zijn die vernauwingen niet meteen levensbedreigend maar wel pijnlijk en kunnen ze op termijn leiden tot grote vernauwingen.

En die verschillen zetten zich door met ouder worden. “Een probleem zoals hartfalen is bij vrouwen eerder het gevolg van een stijvere hartspier, terwijl de pompfunctie – een probleem bij mannen met hartfalen – behouden blijft. Dit type hartfalen wordt niet alleen slecht herkend, er bestaat evenmin een goede behandeling voor. Meer inzicht in de man/vrouw-verschillen is de jongste jaren toegenomen, maar in de praktijk beschikken we over te weinig specifieke studies en medicatie en is er dringend nood aan meer bewustzijn over specifieke hartklachten bij vrouwen én mannen.”

Vrouwen zijn geen ‘minimannetjes’, en wat werkt bij het ene geslacht, werkt niet automatisch bij het andere.

Verschil in hersenen?

Over sekseverschillen in de hersenen spreken was lang taboe, maar dat zegt niets over gelijkwaardigheid. Het vrouwenbrein is gemiddeld kleiner, maar verbruikt meer energie. Ook stress- en immuunsysteem werken net anders.

Die verschillen zien we in hersenaandoeningen: sommige treffen één geslacht vaker, of geven andere klachten. Autisme, schizofrenie en ALS hebben vaak een ‘mannelijke’ en ‘vrouwelijke’ vorm, maar handboeken beschrijven vooral de mannelijke variant. Daardoor worden diagnoses bij vrouwen soms gemist of pas laat gesteld. Omgekeerd blijven problemen bij mannen ook onder de radar, zoals depressie: mannen tonen vaker agressie of middelengebruik, terwijl vrouwen eerder naar binnen keren met laag zelfbeeld en gevoeligheid voor kritiek.

Bij alzheimer weten we dat vrouwen vaker én ernstiger getroffen worden. Mogelijk speelt hun actievere immuunsysteem mee: het beschermt beter tegen virussen en bacteriën, maar kan bij dementie net extra schade veroorzaken door feller te reageren op plaques. Ook bij MS is dat een nadeel: vrouwen krijgen MS bijna dubbel zo vaak.

Een ziekte als kanker treft mannen en vrouwen ongeveer even vaak, maar niet altijd op dezelfde wijze.

Wat met immuunsysteem?

Waarom het immuunsysteem van mannen en vrouwen verschilt, is nog niet helemaal duidelijk. Wel spelen geslachtshormonen een grote rol. Prof. Iris Sommer legt uit dat oestrogenen en minder testosteron bij vrouwen vaak beschermend werken: testosteron kan bepaalde genen in witte bloedcellen ‘uitzetten’, waardoor de afweer minder actief wordt. Oestrogenen stimuleren dan weer de aanmaak van antioxidanten in het hele lichaam, ook in de hersenen.

Na de menopauze valt die oestrogeenboost weg (zeker zonder hormoontherapie). Tegelijk heeft een actiever immuunsysteem ook een nadeel: het kan sneller tegen het eigen lichaam keren. Daardoor hebben vrouwen vaker last van allergieën en astma, en zijn ze kwetsbaarder voor auto-immuunziekten zoals colitis ulcerosa, Crohn of MS.

Stress anders ervaren

Ook het stresssysteem werkt anders bij mannen en vrouwen. Bij dezelfde stressprikkel reageren mannen gemiddeld sterker: hun cortisol stijgt meer en hun bloeddruk gaat hoger. Oestrogeen dempt die stressreactie bij vrouwen. In de fase van de cyclus met weinig oestrogeen ligt hun stressrespons wel wat hoger, maar meestal nog altijd lager dan die van mannen.

Na de menopauze, wanneer de oestrogeenproductie stopt, neemt de stressreactie bij vrouwen weer toe. Dat zou kunnen meespelen in het vaker voorkomen van angststoornissen na de menopauze, al is ‘de puzzel nog niet compleet’. Bovendien maakt ook iemands manier van omgaan met stress een verschil. Meer onderzoek kan helpen om die sekseverschillen beter te benutten voor onze gezondheid.

Mannen, vrouwen, en kanker

Bij kanker zie je ook sekseverschillen, zelfs bij vormen die mannen en vrouwen ongeveer even vaak treffen. Bij darmkanker komen bepaalde types vaker voor bij vrouwen, en ook de plek verschilt. Prof. Marc Peeters van het UZ Antwerpen: “Bij vrouwen zitten tumoren vaker rechts in de dikke darm, bij mannen vaker links.” Mogelijk hangt dat samen met genen die bij mannen en vrouwen anders tot expressie komen, waardoor andere tumortypes ontstaan.

Voor de opsporing met de stoelgangtest heeft dat weinig impact. “Rechtse tumoren worden misschien iets later ontdekt, maar het verschil is beperkt.” De aandacht voor sekseverschillen bij kanker groeit sterk: het geslacht beïnvloedt niet alleen het risico, maar mogelijk ook de behandeling. Hormonale verschillen kunnen meespelen: mannen en vrouwen reageren soms anders op chemo- en immuuntherapie, en ook de bijwerkingen kunnen verschillen.

Toch wordt er vandaag meestal geen apart behandeltraject voorzien. “Bij hetzelfde tumortype volgt iedereen hetzelfde schema”, al wordt dat wel aangepast aan de individuele patiënt. In de toekomst zouden er mogelijk meer geslachtsgerichte behandelschema’s komen.

Aparte behandelingen

Ook medicijnen werken niet altijd hetzelfde bij mannen en vrouwen, omdat ze anders worden opgenomen en afgebroken. Vrouwen zijn gemiddeld lichter, hebben een tragere maaglediging, andere leverenzymen en scheiden afbraakstoffen trager uit via de nieren.

Guy T’Sjoen: “Door oestrogenen hebben vrouwen meer bindingseiwitten in het bloed. Sommige middelen werken bij vrouwen daardoor sterker of langer. Bekend voorbeeld: bepaalde slaapmiddelen (benzodiazepines) kunnen bij vrouwen veel langer doorwerken, met sufheid tot de dag nadien. Testosteron versnelt dan weer de afbraak in de lever, waardoor mannen medicatie vaak sneller verwerken en uitscheiden.”

Hormonen onder controle – prof. dr. Guy T’Sjoen – Van Halewyck – 19,50 euro – isbn 9789461319814

Het vrouwenbrein – Prof. Iris Sommer – Atlas-Contact – 21,99 euro – isbn 9789045042725

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise

Commerciële boodschap