Langer werken: ‘Deze generatie wil zijn levensstijl behouden’
Pensioen staat gelijk aan rust, toch? Niet voor een opvallend aantal 65-plussers. Zij kiezen niet voor een leven thuis maar voor een ander ritme, een andere rol of zelfs een compleet nieuwe job. Hun persoonlijke verhalen wijzen op een arbeidsmarkt in beweging.
“De tendens richting langer en anders blijven werken is duidelijk ingezet”, zegt arbeidsmarktexpert Jan Denys. “Om dat fenomeen te begrijpen, moet je terugkijken naar waar we vandaan komen. Heel lang werd langer doorwerken niet gestimuleerd en zelfs ronduit afgeblokt.”
Langer werken is nu geen straf meer, maar een positieve keuze
Veel van onze huidige gewoonten en onze blik op werk hangen samen met de zware oliecrisis van vijftig jaar geleden. Die crisis, tussen 1974 en 1984, zorgde voor een enorm banenverlies en een hoge werkloosheid. Net rond die periode kwamen veel babyboomers op de arbeidsmarkt. Om die mismatch tussen een hoger aanbod aan arbeidskrachten en minder beschikbare banen op te lossen, werd eerder stoppen met werken aantrekkelijk gemaakt. Het brugpensioen werd uitgevonden en gepromoot. “Van langer werken na het pensioen was toen absoluut geen sprake! Je werd daar zelfs financieel voor gestraft. Hooguit in enkele specifieke beroepen, zoals dat van boer, of bij zelfstandigen kwam dat voor.”
Vergrijzing en aanbod
Vanaf de jaren 1990 kantelt dat beeld langzaam door enkele belangrijke veranderingen. “Door de toenemende vergrijzing groeit het besef dat er iets moet gebeuren om pensioenen betaalbaar te houden. Voortaan wordt doorwerken tot aan je pensioen niet langer afgestraft. Vanaf 2015 werd de geleidelijke verlenging van de pensioenleeftijd aangekondigd waardoor de samenleving anders naar langer werken begon te kijken.”
Parallel met die vergrijzing ontstond er ook een krapte op de arbeidsmarkt en was er een groeiend aanbod, vooral in knelpuntberoepen, dat niet ingevuld raakte. Een extra reden om langer werken aantrekkelijker te maken, zoals nu volop gebeurt met het systeem van de pensioenbonus en -malus.
Lees ook | Bonus of malus? De impact op je pensioen
Hoger opgeleide generatie
Niet alleen het beleid en de economische situatie zijn gewijzigd. “De werknemers zijn niet dezelfde als 25 jaar geleden. Deze generatie heeft een actievere levensstijl dan de vorige en ze wil die ook graag behouden. Voor velen volstaat een pensioenuitkering vaak niet om die levensstijl verder te zetten, wat hen stimuleert om te blijven werken.”
Steeds meer mensen zijn bovendien hoger opgeleid, leven langer en blijven gezond, wat maakt dat ze vaker een rol als zelfstandig expert, lesgever of adviseur kunnen opnemen. Heel recent kwam er nog het systeem van de flexi-jobs bij, dat doorwerken na je pensioenleeftijd ook fiscaal interessant maakt.
Verder zijn veel jobs fysiek minder belastend dan 25 jaar geleden. Daardoor zijn mensen in staat het langer vol te houden, zij het in een andere rol of tegen een lager ritme. Natuurlijk lenen niet alle jobs zich hiertoe. In fysiek zware beroepen komt het beduidend minder voor.
Anders werken
Blijven doorwerken is volgens de experts grotendeels een positief verhaal. “De ‘blijvers’ pakken al lang geen werk meer af van de starters. Het merendeel doet het ook met volle goesting, vanuit een positieve keuze. Daarnaast zijn er natuurlijk mensen die uit financiële noodzaak aan de slag moeten blijven. Dat is een ander verhaal, maar ook voor hen is het werk meestal beter geregeld dan vroeger.”
Langer betekent doorgaans ook anders werken. “De meesten kiezen voor een deeltijds of halftijds ritme. Ze genieten meer vrijheid om aan te geven wanneer ze willen werken. Dat alles maakt het minder stresserend, terwijl de voordelen zoals plezier in je werk, een sociaal netwerk en een gevoel van persoonlijke betekenis, behouden blijven. Daarnaast zijn er voldoende andere, even waardevolle keuzes, zoals vrijwilligerswerk, mantelzorgen, kleinkinderen opvangen, tijd maken voor hobby’s, enzovoort.”
Hoeveel mensen werken na hun pensioen?
Jan Denys is arbeidsmarktexpert en volgt de ontwikkelingen al op de voet sinds 1984.
– België 9%
– Nederland 17%
– Noorwegen 38%
– Zweden 42%
– EU 13%
Jan Denys: “België hinkt qua doorwerken na het pensioen wat achterop, maar ik verwacht een inhaalbeweging. Bij de groep 65- tot 70-jarigen zullen we op korte termijn snel boven de 10 procent uitkomen. Bij de 70-plussers is er niet meteen veel beweging op til. Werken is tenslotte niet alles in het leven. Mensen willen ook bewust kunnen genieten en daar tijd voor maken. Dat is zeker ook een trend. Geen enkel land denkt er trouwens aan om de pensioenleeftijd op te trekken tot 70 jaar.”
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier