Je te veel laten screenen kan een negatief effect hebben
Dankzij screening kunnen bepaalde vormen van kanker in een vroeg stadium vastgesteld worden. Maar als je totaal geen klachten hebt, is het je goed recht om bepaalde onderzoeken niet systematisch te ondergaan.
Is een screening altijd nodig?
Vandaag kunnen we dankzij de technologische vernieuwingen zeer kleine letsels zien, die vroeger wellicht onopgemerkt waren gebleven. Dat is het geval voor een aantal vormen van kanker – onder andere borstkanker –, die volgens heel wat studies ‘overgediagnosticeerd’ zijn. Soms evolueert een kanker ook tamelijk traag en wordt hij nooit levensbedreigend. Dat gebeurt bijvoorbeeld vaak bij prostaatkanker.
We zien al te vaak dat mensen die het etiket ‘kanker’ opgeplakt krijgen meer lijden onder dat etiket dan onder de kanker zelf.
“In mijn huisartsenpraktijk is het inmiddels normaal om bepaalde patiënten daar niet op te screenen of om dat behoedzaam of minder vaak te doen”, klinkt het bij dokter Gilles Henrard. Hij is als huisarts, zetelt in de Trial Board van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) en geeft les aan de universiteit van Luik. “We kunnen bijvoorbeeld enkel het PSA-gehalte in de gaten houden, om te vermijden dat we kankers diagnosticeren die geen probleem zouden hebben gegeven. We zien al te vaak dat mensen die het etiket ‘kanker’ opgeplakt krijgen, meer lijden onder dat etiket dan onder de kanker zelf. Inmiddels hebben we gemerkt dat de prevalentiecijfers – het aantal nieuwe gevallen dat per jaar wordt vastgesteld – van vele kankers stijgen, maar dat de sterfte die rechtstreeks met die kankers verband houdt, niet parallel toeneemt.”
Daar waar de kanker niet altijd rechtstreeks tot de dood leidt, kunnen de diagnose en de behandelingen wél resulteren in een drastische daling van de levenskwaliteit, in bijwerkingen en in tal van psychosociale gevolgen.
Less is more
Het lijkt vandaag dus legitiem om vraagtekens te plaatsen bij de ‘overscreening’ die zowel te wijten is aan de almaar performantere beeldvorming als aan de overdreven medicalisering van onze samenleving. De farmaceutische industrie beschrijft nieuwe ‘ziektes’ om daar vervolgens medicijnen voor op de markt te kunnen brengen. Zo werden hypercholesterolemie en osteoporose mettertijd als ziekten bestempeld, terwijl het in de eerste plaats risicofactoren betreft, respectievelijk voor cardiovasculaire aandoeningen en breuken.
“Het resultaat is een vorm van afhankelijkheid van het medische systeem”, zegt dokter Gilles Henrard. “De vraag is eigenlijk: kunnen we ons nog wel gezond voelen in een wereld waarin het risico dat we ziektes gaan krijgen al nagenoeg van bij de geboorte kan worden voorspeld? Neem nu longkanker; vandaag is de screening duidelijk bedoeld om de sterfte door longkanker te doen dalen: als we zo’n kanker sneller opsporen, kunnen we opereren. Bij longkanker is dat het beste scenario. Maar als huisarts zie ik uiteraard liever dat mijn patiënten stoppen met roken. Er zijn er ook kankers die de komende 10 jaar geen problemen zullen opleveren. Het is van belang om daarbij het onderscheid te maken tussen een agressieve en een sluimerende kanker.”
Voor- en nadelen
Behalve ‘overdiagnostiek’ hekelt Gilles Henrard ook toevallige ontdekkingen. “Er wordt een scan van een long gemaakt en op de laatste doorsnede ziet men iets aan de lever. Een scenario waar ik in mijn praktijk wekelijks mee te maken krijg.” Met andere woorden, hoe meer onderzoeken je laat doen, hoe groter het risico dat je ontdekt dat je ziek bent. Terwijl de ontdekte afwijking ook in dit geval misschien nooit een probleem zou hebben veroorzaakt.
“Probleem is wel dat het voor een arts heel moeilijk is om niet in te grijpen. Stop je vanaf een bepaalde leeftijd met screenen, dan kan dat bij de patiënt trouwens overkomen alsof je hem of haar opgeeft. Daarom moeten we er op een positieve manier leren over praten en tegen onze patiënten zeggen: ‘Ik wil je beschermen tegen de kwalijke gevolgen van de geneeskunde en samen met jou de beslissingen nemen.’”
Screenen mag dus nooit lichtvaardig gebeuren: het is geen neutrale handeling en je moet de gevolgen ervan kunnen inschatten. “We moeten ook oproepen tot geduld en erover waken dat we niet te hard van stapel lopen. Het is belangrijk om mensen weer zelf te laten beslissen, want ergens kan het ook verstandig zijn om je niet te laten screenen.”
Georganiseerde screening
In België bestaan er drie programma’s voor georganiseerde screening om kanker in een vroeg stadium op te sporen en de kansen op genezing te verhogen. De programma’s houden rekening met bepaalde criteria inzake leeftijd en frequentie. Er wordt gescreend op borstkanker (met 11.000 nieuwe gevallen per jaar de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen), dikkedarmkanker (de op twee na meest voorkomende vorm van kanker bij mannen en vrouwen, met elk jaar 8.000 nieuwe gevallen) en baarmoederhalskanker (de op drie na meest voorkomende vorm van kanker bij jonge vrouwen). Sinds 2001 krijgen alle vrouwen in de leeftijdscategorie 50-69 jaar om de twee jaar een brief die geldt als voorschrift voor een mammografie in een erkende mammografische eenheid.
Georganiseerde screening op dikkedarmkanker bestaat in Vlaanderen sinds 2013. Hierbij krijgt iedereen tussen 50 en 74 jaar elke twee jaar een stoelgangtest opgestuurd. Daarmee kun je een stoelgangstaal nemen dat vervolgens wordt geanalyseerd op occult (= niet met het blote oog zichtbaar) bloed. Is het resultaat afwijkend, dan moet je een coloscopie ondergaan, het enige onderzoek dat de diagnose ‘dikkedarmkanker’ kan bevestigen of ontkrachten.
Sinds januari 2025 kunnen alle vrouwen tussen 25 en 64 jaar deelnemen aan de georganiseerde screening op baarmoederhalskanker. Vrouwen uit de leeftijdscategorie 25-29 jaar kunnen zich om de drie jaar laten onderzoeken, vrouwen boven de 30 jaar om de vijf jaar.
Naar screening op maat
Screening op maat van het risicoprofiel van de patiënt wordt thans naar voren geschoven als een piste voor de toekomst, zowel om te vermijden dat zij die het wellicht niet nodig hebben te dikwijls worden gescreend als om mensen met een verhoogd risico vaker en eerder te screenen. Vandaag is er bijzondere aandacht voor gepersonaliseerde borstkankerscreening. “Bij sommige bevolkingsgroepen is het risico verhoogd. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer naaste verwanten (ouders, ooms, tantes, broers, zussen en kinderen) borstkanker hebben of hebben gehad, maar ook bij genetische mutaties zoals BRCA-1 en BRCA-2”, zegt dokter Véronique Le Ray van de Stichting tegen Kanker. “Bespreek het met je arts en onderzoek je borsten ook elke maand zelf onder de douche, een week na je menstruatie, op asymmetrie, op een verandering van kleur of vorm en op knobbeltjes.”
Momenteel tracht een grootschalige Europese studie (mypebs.eu) trouwens de voorwaarden van optimale borstkankerscreening vast te leggen. Ze vergelijkt onder meer de voordelen van standaardscreening met die van een persoonlijke aanpak op maat van het risicoprofiel (familiale voorgeschiedenis, gewicht, menstruatie vanaf zeer jonge leeftijd, late menopauze, maar ook borstdensiteit). In dit onderzoek worden vrouwen met een zeer hoog risico jaarlijks gescreend door middel van een mammografie en een MRI, terwijl vrouwen die weinig risico lopen, slechts om de 4 jaar worden gescreend aan de hand van een mammografie.
Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier